Gemeenten
De container die al drie dagen overliep
Het tafereel
Dinsdagochtend bij de afdeling openbare ruimte van een middelgrote gemeente. Een medewerkster opent haar mail: veertig meldingen, vier vergaderingen en het schoonmaakbudget dat deze week rond moet zijn. In een wijk helemaal in het noorden loopt sinds zaterdag een container over: zakken eromheen, karton ertegenaan, een matras. Niemand van de dienst is er langsgeweest, want de ophaalronde komt pas donderdag.
Waar het misgaat
De gemeente heeft ruim vierduizend camera's. Niemand kijkt ernaar: er is geen meldkamer met vierduizend schermen, en die komt er ook niet. Ze hangen er om achteraf terug te kunnen kijken wat er gebeurd is, niet om te vertellen wat er nu gebeurt. Dus weet de wijk het eerder dan de gemeente.
Wat er gebeurt
Dinsdag om half elf zet iemand een foto van de container online. Om elf uur heeft de foto tweehonderd reacties en de naam van de wijk erbij. Om kwart over elf hoort de medewerkster via een sociaal netwerk van een probleem dat al drie dagen speelt. Op die container staat vanaf dag één een camera gericht.
Met IRIS
IRIS kijkt naar die camera net als naar de andere vierduizend, allemaal tegelijk. Beheer schrijft de regel één keer op — loopt de container langer dan twee uur over, meld het — en IRIS past hem toe zonder dat iemand er nog aan hoeft te denken. Zaterdagmiddag had de medewerkster een foto gekregen, met straat en tijdstip. Zondagochtend rijdt er een wagen langs, en maandag valt er niets te posten. De beslissing blijft van haar: wat IRIS haar bespaart, is dat ze het te laat hoort.
Een stad heeft niet méér camera's nodig. Ze heeft camera's nodig die van zich laten horen.