Luchthavens en centrales
Kilometer 14, om drie uur 's nachts
Het tafereel
Het is drie uur 's nachts. Het hek om het terrein is achttien kilometer lang en bijna het hele traject ligt in het donker. In de meldkamer staat het licht laag zodat het niet in de schermen weerkaatst; één operator zit voor een mozaïek van veertig flikkerende beelden. Hij is vijf uur onderweg in zijn dienst. In het laatste uur ging het systeem vier keer af: twee windvlagen tegen het hek en twee vossen.
Waar het misgaat
Niemand kijkt naar veertig beelden tegelijk. Je kijkt er één voor één naar, en terwijl je naar één kijkt, staan de andere negenendertig er alleen voor. Dat is niet zijn schuld: geen enkel mensenoog houdt veertig taferelen acht uur lang vast. En als het systeem vier keer voor niets is afgegaan, gelooft het brein de vijfde keer iets minder.
Wat er gebeurt
Bij kilometer 14 staat een stuk zonder lantaarnpaal. Aan die kant loopt iemand langzaam naar het hek, dicht tegen het talud aan. Het beeld staat gewoon op het scherm: in een klein vakje, rechtsonder, op de tweede monitor.
Met IRIS
IRIS kijkt naar alle veertig tegelijk, altijd, zonder moe te worden. Het onderscheidt een mens van een windvlaag en van een vos, dus wind en vos onderbreken niemand. Ziet het iemand naar het hek lopen, dan zet het die camera op de hoofdmonitor en vertelt wat het zag, waar en sinds wanneer. De operator hoeft niets meer weg te strepen: hij kijkt naar één beeld en beslist. Hij is nog steeds degene die de patrouille stuurt; het verschil is dat hij dat nu doet terwijl het gebeurt.
De camera zag het allang. Er ontbrak alleen iemand die naar dat scherm keek.